7 simpele stappen naar professioneel ogende foto’s

Wil je van gewone kiekjes naar foto’s die er echt professioneel uitzien? Deze 7 praktische stappen helpen je om direct betere resultaten te behalen, ongeacht of je een compactcamera, bridgecamera of systeemcamera gebruikt. Je hoeft geen dure apparatuur te hebben om indrukwekkende foto’s te maken – het gaat vooral om het beheersen van een paar belangrijke technieken.

1: Beheers de regel van derden voor betere compositie

De regel van derden is misschien wel de krachtigste techniek voor compositiefotografie die je kunt leren. Stel je voor dat je beeldscherm is verdeeld in negen gelijke vakken door twee horizontale en twee verticale lijnen. In plaats van je onderwerp precies in het midden te plaatsen, zet je het op een van de snijpunten van deze lijnen.

Dit werkt omdat ons oog van nature naar deze punten wordt getrokken. Een portret wordt interessanter wanneer de ogen van je model op de bovenste horizontale lijn staan. Bij landschappen plaats je de horizon op de onderste of bovenste derde, niet in het midden. De meeste camera’s hebben een rasterweergavefunctie – schakel deze in om te oefenen.

Begin met het bewust toepassen van deze regel bij elke foto die je maakt. Na een paar weken wordt het automatisch en zie je direct het verschil in de impact van je beelden.

2: Gebruik natuurlijk licht als je beste vriend

Goed licht in fotografie maakt het verschil tussen een gewone foto en een prachtige opname. Het mooiste natuurlijke licht vind je tijdens het ‘gouden uur’ – het eerste uur na zonsopgang en het laatste uur voor zonsondergang. Dit zachte, warme licht geeft je onderwerpen een natuurlijke gloed.

Vermijd direct zonlicht tussen 11.00 en 15.00 uur, want dit creëert harde schaduwen onder ogen en neus. Op bewolkte dagen heb je geluk – de wolken werken als een gigantische softbox die het licht mooi verspreidt. Voor portretten zoek je open schaduw op, bijvoorbeeld onder een afdak of boom.

Let ook op de richting van het licht. Zijlicht (licht dat van opzij komt) geeft meer diepte aan gezichten dan frontaal licht. Experimenteer met tegenlicht voor dramatische silhouetten, maar zorg er dan wel voor dat je onderwerp goed belicht blijft.

3: Kies bewust je scherpstelpunt

Veel beginnende fotografen laten de camera automatisch beslissen waar scherpgesteld wordt, maar bewust scherpstellen geeft je veel meer controle over je fototips voor beginners. Bij portretten stel je altijd scherp op de ogen – als die scherp zijn, oogt de hele foto scherp.

Moderne camera’s, van compactmodellen tot systeemcamera’s zoals de Canon EOS R50 of Sony ILCE-6100, hebben uitstekende autofocussystemen met onderwerpherkenning. Gebruik deze technologie door je camera in te stellen op enkelpuntsautofocus in plaats van automatische gebiedsselectie.

Voor bewegende onderwerpen schakel je over naar continue autofocus (AI Servo bij Canon, AF-C bij Nikon en Sony). Dit houdt je onderwerp scherp terwijl het beweegt. Oefen hiermee door spelende kinderen of huisdieren te fotograferen.

4: Welke camera-instellingen maken het verschil?

De belangrijkste camera-instellingen die je moet begrijpen zijn ISO, diafragma en sluitertijd. ISO bepaalt de lichtgevoeligheid – hoe hoger het getal, hoe meer licht je camera opvangt, maar ook hoe meer ruis je krijgt. Begin met ISO 100–400 bij daglicht en ga naar 800–1600 bij weinig licht.

Het diafragma (f-stop) regelt de hoeveelheid licht én de scherptediepte. Een lage f-waarde (f/1.8, f/2.8) geeft een onscherpe achtergrond, perfect voor portretten. Een hoge f-waarde (f/8, f/11) houdt meer van voor tot achter scherp, ideaal voor landschappen.

De sluitertijd bepaalt hoe lang de sensor wordt belicht. Voor scherpe foto’s uit de hand heb je minimaal 1/60 seconde nodig. Voor bewegende onderwerpen ga je naar 1/250 seconde of sneller. Veel moderne camera’s hebben uitstekende beeldstabilisatie die je helpt bij langere sluitertijden.

5: Creëer diepte met voorgrond en achtergrond

Scherptediepte is een krachtig middel om diepte in je foto’s te creëren. Door bewust elementen in de voorgrond, het middenvlak en de achtergrond te gebruiken, krijgen je foto’s een driedimensionaal effect. Dit werkt zelfs met compactcamera’s, hoewel systeemcamera’s meer mogelijkheden bieden.

Voor portretten zoek je een achtergrond die ver genoeg achter je model staat om mooi onscherp te worden. Gebruik een groot diafragma (lage f-waarde) en zoom in of ga dichter bij je onderwerp staan. Dit creëert het populaire bokeh-effect, waarbij de achtergrond in mooie cirkels oplost.

Bij landschapsfoto’s doe je het omgekeerde: plaats iets interessants op de voorgrond (een steen, bloem of tak) en gebruik een klein diafragma (hoge f-waarde) om alles scherp te houden. Dit trekt de kijker de foto in en geeft meer dimensie aan je beeld.

6: Let op storende elementen in je kader

Een van de snelste manieren om je vaardigheden om betere foto’s te maken te verbeteren, is door kritischer te kijken naar wat er in je kader staat. Voordat je de sluiter indrukt, scan je systematisch de randen van je beeld op afleidende elementen.

Veelvoorkomende stoorzenders zijn: prullenbakken, verkeersborden, mensen op de achtergrond die niets met je onderwerp te maken hebben en scheve horizonten. Een scheve horizon valt direct op en maakt je foto onrustig – gebruik de waterpasfunctie in je camera of corrigeer het later.

Let ook op ‘uitgroeiende’ objecten: bomen die uit iemands hoofd lijken te groeien, of palen die precies achter je model staan. Een stap naar links of rechts lost dit vaak al op. Neem de tijd om je compositie te controleren – dat scheelt later veel tijd bij het bewerken.

7: Oefen met één techniek per fotosessie

De beste manier om deze fotografietechnieken onder de knie te krijgen, is door gefocust te oefenen. In plaats van alle tips tegelijk toe te passen, kies je per fotosessie één aspect om je op te concentreren. Deze week focus je bijvoorbeeld alleen op de regel van derden, volgende week op het gebruik van natuurlijk licht.

Maak tijdens elke oefensessie minimaal 50 foto’s van hetzelfde onderwerp met verschillende benaderingen. Fotografeer bijvoorbeeld je huisdier vanuit verschillende hoeken, met verschillende scherpstellingen en bij verschillende lichtomstandigheden. Thuis bekijk je de resultaten kritisch en zie je welke aanpak het beste werkt.

Goede oefenonderwerpen zijn: stillevens op je keukentafel (voor licht en compositie), portretten van familie (voor scherpstelling en scherptediepte) en wandelingen in de buurt (voor landschappen en straatfotografie). Variatie houdt het interessant en elke situatie leert je iets nieuws.

Hoe Foto Kino Linders je helpt met professioneel fotograferen

Bij ons begrijpen we dat de overstap van smartphone naar echte camera overweldigend kan zijn. Daarom bieden we niet alleen de juiste apparatuur, maar ook de kennis en begeleiding die je nodig hebt om echt vooruitgang te boeken.

Onze ondersteuning voor beginnende fotografen:

  • Persoonlijk advies bij de keuze tussen compact-, bridge- en systeemcamera’s
  • Basiscursus fotografie waarin je deze technieken in de praktijk leert
  • Complete starterspakketten met camera, objectief en accessoires
  • Nazorg en technische ondersteuning wanneer je vragen hebt
  • Workshops voor specifieke onderwerpen, zoals portret- en landschapsfotografie

Of je nu kiest voor een instapmodel zoals de Canon EOS R50 (vanaf € 800) of een gevorderde camera zoals de Sony ILCE-6700, wij zorgen ervoor dat je de juiste keuze maakt voor jouw budget en ambities. Met onze 111+ jaar ervaring in de fotografie helpen we je om niet alleen de juiste camera te kiezen, maar ook om er daadwerkelijk mooie foto’s mee te maken.

Kom langs in onze winkel voor persoonlijk advies en om verschillende camera’s uit te proberen – zo weet je zeker dat je de camera kiest die perfect bij je past.

Gerelateerde artikelen